Kaprun 2011

Vrijdag 3 juni

Mijn naam is Fleur, dat wil zeggen, ze hebben me Quail’s Floyd’s Fleurie genoemd. Ik ben ruim acht weken oud en wil even wat aan jullie kwijt. Ze zouden me vandaag in de auto stoppen, maar ze zeggen dat het brandt. Ze staan een beetje zorgelijk te kijken, ongeveer zoals toen ik gister in de kamer had gepiest, dus het zal wel niet zo heel erg zijn, brand. Ze staan wel steeds in dat kleine ding met dat appeltje op de achterkant te praten, misschien praten ze met de auto.

Goed, ieder mens twijfelt wel eens, en wij twijfelden dus of we op vrijdag wel weg zouden moeten gaan naar Kaprun. Fleur’s nest had diarree en dat heeft onze planning behoorlijk in de war gestuurd. Tegen de tijd dat we daarover een knoop moesten doorhakken bleek het Aamsveen in brand te staan, en dat is maar een kilometer van ons vandaan. Geschrokken denk je dat er misschien toch een opperwezen is en dat ‘ie je in het voorbijgaan verkeerd begrepen heeft. Dit had nu ook weer niet gehoeven, maar het is wel makkelijker uitleggen. De wind moet alleen niet gaan draaien, want dan moeten we hele andere dingen gaan uitleggen. De gedachte dat een groot deel van de Kaprungangers nu al op de plaats van bestemming is, tsja, het is jullie gegund.

Zaterdag 4 juni

Man, ze zijn best aardig hoor, mijn bazen. Maar als ze vinden dat ze druk zijn dan kan je gillen wat je wil, dan zijn ze te druk. En te druk betekent dat ze je gewoon laten zitten. Ik moest echt wel in de buitenkennel piesen. Ik kon gewoon niet meer, het moest zelfs wel in twee keer. Ik hoop dat ze een keer uitgepraat zijn met de auto.

De zaterdag is zo’n echte dag voor vertrek. Je wil nog even dit en dat en in theorie kost dat heel weinig tijd. En toch, op dit soort dagen blijk je nauwelijks te kunnen plannen. Vreselijk. Het natuurgeweld van de droogte en het vuur in het Aamsveen houdt ons bezig, en trouwens die naturisten die van hun camping af gejaagd zijn en nu geheel incognito (want gekleed) voor onze poort de Donald Duck zitten te lezen en nog net niet ons om koffie vragen ook. Mimi wil per SMS weten hoe het gaat, wij willen onderweg muziek via een SD kaartje kunnen afspelen maar dat lukt niet. Serge heeft tips maar ook dat mag niet baten en voor je het weet ga je koffers pakken op dat moment voor vertrek dat je liever nog even ontspannen op de bank had willen zitten. En dan de reis zelf. Als ik na een uur of drie rijden een beetje tot mezelf ben gekomen (zweven tussen de witte strepen met TiĆ«sto rond je hoofd) begint het te onweren. En niet een beetje. Hele stukken heb ik 70 gereden. Daar koop je niet zo’n auto voor. En dan komt de zon ook nog op. Teleurstelling alom, maar ach, wel mooi gereden. En mooi volgens schema. Gaat alles goed, moet je op het laatst toch nog bellen om het goede hotel te vinden. Alweer door Serge gered, die heeft blijkbaar altijd zijn telefoon aan staan.

Zondag 5 juni

Die auto is een soort kennel maar dan anders. Ik moet aan de voeten van mijn baas slapen. Leuk man, je gaat eerst even spartelen tot ze moedeloos worden en dan ga je lekker liggen slapen. We waren al een keer met de auto op stap geweest, maar dit was anders. Kaprun of zo. Kaprun is een soort auto maar dan heel lang. Wat zeg ik, heel heel erg lang. Kaprun is zo lang dat het een groot stuk van je leven is.

We worden door een vriendelijke Alice welkom geheten. Als we net binnen zijn heeft de groep het ontbijt op. Er moet gewandeld worden. Een bezorgde Mimi raadt ons aan om maar in Haus Tirol te blijven. Wat een dilemma weer. Blijven slapen of een hele dag in touw. Ik vind al gauw dat blijven geen optie is. We zijn al laat in de groep en als je dan nog een dag overslaat, dat gaat ‘m niet worden. Bijkomend voordeel is meteen dat je het respect van de groep hebt gewonnen. We gaan al vrij snel op pad en voor je het weet zitten we in de prachtige hoge delen van de bergen hier bij Kaprun. De ene lift na de andere (weet nu wat het rode eitje is) en zijn we helemaal boven. Schitterend. Er volgt een kop koffie, een stuk gebak dat voldoende is om lunch te heten en een discussie waar achteraf niet iedereen even blij mee is geweest. Inclusief ik zelf. Hilbert vind de afdaling namelijk best wel meevallen maar tegen de tijd dat wij zeker weten dat we het niet met hem eens zijn is de weg terug nog beroerder. Man wat stijl, niks voor Fleur dus die hangt tegen mijn buik, mij ondertussen uit evenwicht trekkend. Maar, het goede is dat als je maar naar beneden blijft lopen je vanzelf een keer beneden komt. En daar is dan weer een liftje dat de rest verzorgt. Mijn gepijnigde benen krijgen even rust, maar daarna is het al weer tijd voor het volgende liftje, op naar de halve haan. Daar heeft de man met de hamer zich verdekt opgesteld en ik zag ‘m dus echt niet aankomen. Voor mij geen wandeling meer. Een biertje, een ijsje. Dat moet nog kunnen. Maar deze jongen is uitgewandeld.

Maandag 6 juni

Ik had ze nog zo gezegd dat ik het deurtje van de bench open wil hebben. Ze hebben me gister enorm afgemat. Ik moest mee in de buidel van de baas en dan kom je niet echt aan slapen toe, dat kan ik je wel zeggen. Wat was ik blij dat ze eindelijk een keer naar bed gingen, kon ik ook de bench in want ze slepen me echt overal mee naartoe. Maar toen ik om kwart over vijf wakker werd, ja hoor, deurtje dicht. Je begrijpt, er blijft dan maar een ding over om ze wakker te krijgen. Vanmiddag was het beter. Voer wordt gebracht en dan lekker tukken in het gras. Het werd wel wat vochtig, maar mijn baas bouwt een soort tentje. Veel te warm hoor, maar ik laat hem maar. Trouwens, toen er meer regen kwam kreeg ik het wel koud. Regen is niet leuk, heb ik besloten.

Fleur ging nog voor de wekker af. Kwart over vijf, dus valt nog mee. Daarna heeft ze zich zelfs zo netjes gedragen dat ik nog even geslapen heb. Als je om zeven uur ontbijten moet valt het allemaal zat mee. Ik heb inmiddels Harry horen uitleggen hoe je bij het trainingsveld kan komen. Ik zat op een redelijk strategische plek en kon overal de vraagtekens in de ogen zien. Die Harry, bijzondere strategie hoor, om er zo voor te zorgen dat ze allemaal strak achter je aan rijden. Het hondje van Helene heeft in de brandnetels gestaan en Mimi, trainingsleider van vandaag, zegt dat ik dat maar moet oplossen. Ik dacht dat ik hier een beetje vakantie kon houden. Gelukkig is de first aid kit van Serge op alle rampen voorbereid, en toen Helene wegvluchtte voor de loslopende koeien konden we haar hondje, die de schuld kreeg, gewoon een lik zalf op z’n poot smeren. En terug het veld in. Trouwens, die koeien zijn wel een extra handicap. Marcel had ze als volleerd koeiendrijver geprobeerd weg te jagen maar dat mocht niet baten. Ze bleven maar nieuwsgierig alles van dichtbij bestuderen. De middagronde eindigt een eindje verderop, en ik eindig met Rhoon, een slapende Fleur en dilemma: opstaan, Fleur wakker en schuilen, of Fleur laten slapen en dus in de regen blijven liggen. Ik ben maar blijven liggen, maar het ging steeds harder regenen en dan wordt je toch iets praktischer. Ik schuil dus weg in het cafe waar we tussen de middag soep hebben gegeten, maar dat ging niet door. Hunden raus, of zo iets. In de verwarring die ontstond probeerde Bruno Colin te laten schrikken, maar de enige die schrok was Hans. Zag ‘m zo achterover het opstapje af kukelen. Hij keek niet blij naar z’n hand. Later zagen we Hans in lederhose opduiken, grote glimlach op zijn gezicht. Zijn grootste wens, Harry ook in zo’n broek hijsen is er deze avond niet meer van gekomen.

Dinsdag 7 juni

Ach, ze zijn ook zo moe, ze horen me niet als ik om vijf uur zachtjes voor me uit mopper. Ik moet wel in slaap zijn gevallen want toen ik mijn oogjes weer open deed was het een stuk lichter buiten. Maar, geen beweging in te krijgen, die bazen van mij zijn langslapers. Om tien over zes vond ik het welletjes. Daarna zijn we gaan ontbijten. Er kwam iemand bij ons zitten en die had me toch een lekker stukje kaas liggen. En toen ik het bijna had kneep ze me heel gemeen in mijn oor. Ik mag niet terugbijten, dus heb ik het op plan B gegooid. Op het puppieforum heb ik gelezen dat als je maar lang genoeg staart er vanzelf iets van de tafel af valt. Maar mijn langslapers hadden geen rust, we moesten al weer weg. Nog wel leuk in een hele grote drinkbak gespeeld, geloof dat ze die “beek” noemden.

Fleur gaat goed en ik begin haar best wel aardig te vinden. Dat begon gister al, toen ze bibberend van de kou in mijn jas lag. Dan smelt je toch een beetje. Na het ontbijt en de onnavolgbare routebeschrijving komen we op het trainingsterrein dat Henry had uitgezocht aan. Leek leuk, maar de grootste actie van de ochtend zat ‘m erin dat we alle (nou ja, de mijne mocht blijven staan) auto’s weer weg moesten halen. Er ontstond nog een aardige discussie of er niet misschien meer auto’s zouden kunnen blijven, maar de dame met wie we die discussie hadden moeten voeren had zich wijselijk teruggetrokken. Dus wij weer de bergen in, om het programma te vervolgen. We zien Marcel voor de tweede keer koeien dirigeren, maar in plaats van ze vooruit te sturen lokt hij ze, succes was dus wat minder. Fleur is gouden keuze want ik heb wel veel fans zo. Nog even en we zijn onafscheidelijk. Ik zie Mimi voorbij lopen en een van haar honden loopt wat voor haar uit. Naast, zegt ze, en loopt dan zelf door. De hond houdt even in, wacht op Mimi en sluit dan naast haar aan. Een goede hond begrijpt haar baas beter dan andersom. De pret werd nog groter toen bleek dat iemand de boswachter had getipt. We konden de discussie op afstand volgen. Woorden waren niet te verstaan, maar de lichaamstaal was overduidelijk. Opzouten. Na bemiddeling van Hilbert kwam er een polderoplossing, opzouten om drie uur en honden aan de lijn. Wist niet dat Oostenrijkers ook konden polderen. En Hilbert, die maakte zich samen met Alice onmisbaar door ’s middags ook nog met een meloen aan te komen. Kregen we toch nog een lunch.

Woensdag 8 juni

Ik moest even vragen wat het betekent, gesociliseerd. Maar dat betekent dus dat je weet wat sneeuw is (koude witte pap die in de bergen ligt), hoe de grote drinkbak heet en hoe ver Kaprun is. En dat mama heel veel vriendjes heeft. Trouwens, mijn baas is ook heel goed gesociliseerd. Die kent een boel dingen zeg, wauw. En die heeft ook een mama die veel vriendjes heeft. En vriendinnetjes. Ja, ik zie het wel, hij kijkt veel blijer als die met vriendinnetjes praat. Heel goed gosociliseerd, die baas van mij.

Dat was een afknapper gisteravond. We zouden gaan eten met z’n allen, was eergister ook gezellig. Het gesprek aan tafel was geanimeerd en niet alleen bij ons. Totdat het eten kwam. Laat ik er van zeggen dat het niet helemaal stil lag en dat Serge Harry naar de keuken heeft begeleid om te voorkomen dat er ergere dingen zouden gebeuren. Precieze locatie van de tent is bij de directie bekend. En toen we terug kwamen was de bar dicht, gaat zo’n avond toch als een nachtkaarsje uit. De rustdag start, na het ontbijt met een ringtraining met Maaike. Het valt me op dat juist de meer ervaren baasjes een beetje giechelend en verlegen staan te wachten. Is ook niet niks natuurlijk, om als ervaren kracht ineens weer kritiek te krijgen. Eerst mag Harry voor keurmeester spelen maar al gauw is bijna de hele groep aanwezige mannen ingezet om een beetje dreigend over de honden heen te staan en dan eens te kijken hoe leuk ze dit vinden. Zelfs ik mag die rol vervullen maar op een bepaald moment, we waren bijna klaar, werd de regen te erg. Wat me is opgevallen is dat de honden precies doen wat de baas denkt. Baas denkt “als ik een snoepje voor z’n neus houdt gaat ‘ie zitten”. Dan houdt de baas een snoepje voor en ja hoor, zitten. Terwijl de opdracht “staan” was. Ik heb altijd geweten dat honden gedachten kunnen lezen. Nu moeten we de baas alleen nog leren om de goede gedachten te denken…….

Donderdag 9 juni

Kaprun is wel raar hoor. Er kwam een hoofd uit het gras omhoog lopen en daar kwam het lijf van een van de baasjes achteraan. En toen pas z’ pootjes. De grond is niet vlak, zoals thuis. En dat noemen ze dan weer bergen. En d’r hangen hier wolkjes heel laag tussen de bomen in plaats van hoog in de lucht. Ik vind het echt niet kunnen hoor. Een land moet plat zijn, zoals thuis. Maar verder zijn ze wel lief voor me, echt waar.

We lopen het bos uit en wandelen de bocht om. Links loopt de berg omhoog, recht bulkt de bergbeek naar beneden. Hoe verder we komen, des te meer het landschap zich ontvouwt. We lopen omhoog een plek op die je van bovenaf een dal noemt. Een compleet panorama wacht op ons. In de verte kolken de watervallen links en rechts tussen de groene weides en de al even groene bomen naar beneden. De koele wind neemt een zachte dennegeur mee die je maar zelden ruikt. Meegedragen door de mist die na de regen en de koele nacht is overgebleven. Dezelfde mist die de bergtoppen uit het zicht wegneemt en de omgeving iets mysterieus geeft. Een enkele loofboom tussen de dennen doet zijn best om hier een plekje te bemachtigen. Bijna te mooi om waar te zijn. Henry had ons gemaand om op tijd op te staan en dan verbaast het me toch wel een beetje dat juist hij, eenmaal boven, moet ontdekken dat hij wat vergeten was. En daar gingen ze, Hilbert en Henry. Ons in de regen achterlatend. Maar het restaurant was speciaal voor ons een dagje open, tijdens hun vakantie. Eenmaal binnen is iedereen vertederd door de manier waarop Fleur zich tegen Rhona aan draait. Je ziet Roon omkijken en ze kijken elkaar heel even aan, likken elkaar om de snuit en gaan liggen. Mooi setje, die twee.

Vrijdag 10 juni

Ja zeg, ik ben geen fotomodel. Ze dachten dat ik dorst had. Had ik eerst ook wel, hoor. Maar toen ik klaar was wilde iemand een foto maken. En toen nog een. En mijn baas was zo blij dat ‘ie weer eens aandacht had dat hij me meesleepte naar de andere tafel. En daar vond iedereen me weer schattig. Krijg een hekel aan dat woord. Elke keer als ik schattig hoor moet ik poseren en willen ze me aaien met die warme handen. En ik heb het al zo warm. Dus heb ik maar weer lief het glaasje leeg gedronken. Ik plofte zowat. Man, ik heb wel vijf keer moeten piesen. Dit doe ik dus nooit weer, echt nooit weer.

kaprun 2011 118_1

Vandaag is de slotdag. Harry heeft de spanning opgestuwd tot grote hoogte en Henry, Serge en ik hebben de strikte opdracht niks los te laten. Dat bleek nog niet zo makkelijk. Op de onmogelijkste momenten wordt je belaagd door iemand die iets probeert los te peuteren. Toevallig heb ik me al meer dan twintig jaar kunnen bekwamen in het bewaren van het beroepsgeheim. Ik heb leren praten zonder iets los te laten. Gelukkig weet niemand dat ik niet tegen kietelen kan, anders was het misgegaan. Maar, met de rubrieken serieus, fun en handicap hebben we vandaag proeven van allerlei soort gedaan en zijn de voorjagers en hun honden ernstig op de proef gesteld. Niet iedere hond heeft in de gaten dat stromend water ook echt stroomt, niet ieder team snapt dat je je hond nog niet mag inzetten als de opdracht is om de dummies achter elkaar binnen te halen. En dan verklap ik voor de toekomst maar liever niet wat we verder allemaal hebben uitgehaald. De Tiroler avond is alleen voor ingewijden, laat ik het daar bij laten. Het zit er al weer op. Ditmar en ik willen het liefst ’s nachts rijden en ons mini Fleurtje kan onmogelijk morgen met de lange wandeling mee. Dus er zit niks anders op. We moeten al weer naar huis. En wat in Kaprun is gebeurd blijft verder in Kaprun. Maar, het bleef nog lang onrustig.

Groeten, Freek (en de rest)